MODS VOOR YAESU FL-2100Z (Lineaire HF Versterker)

 Click on FL2100 eng

   22-05-2017 Met het FL2100Z schema en een idee voor een GI7B conversie.

1. Directe verbinding van tuning C naar buisvoet.

2. Weerstand en snelle zekering in anodelijn.

3. Extra 4n7 ontkoppeling van de weerstand.

4. Meer ontkoppeling van L1 met 4n7 parallel aan C3.

5. Reparatie of modificatie van L1.

6. Vervangen van- of andere parasietstoppers.

8. Meters beschermen met diodes.

9. Zendvermogen testen.

10. Een paar Tips.

Beschrijving

Manco's

Output

Neutro. TC2

Beschermen

Modificaties

Meters

S3

Koeling

Ingang

Relais

Stoppers

Anode RFC

Resonantie

Steile buis

Reactiveren

Gepaard

Goedkoop?

Soft start

GI7B

YAESU FL-2100Z.

SOMMERKAMP FL-2277Z.

YASU FL-2100B.

Bij de productie van deze versterkers werd alles mooi en compact opgebouwd met echte zenderonderdelen.

BESCHRIJVING

 

..

Click to Enlarge.

Een YAESU FL-2100Z of de gelijkwaardige SOMMERKAMP FL-2277Z zijn beide lineaire HF versterkers voor 160-80-40-30-20-17-15-12-10 m met per band een eigen ingangscircuit. SOMMERKAMP betrok zijn apparatuur van YAESU en liet op de frontplaat zijn eigen merk met typenummer aanbrengen. Inwendig treft men uitsluitend YAESU componenten aan.

De FL-2100Z werd speciaal voor de transceivers FT-101ZD en FT-901DM gemaakt en heeft twee 572B/T160 buizen in geaarde rooster schakeling voor klasse AB2. De horizontaal gemonteerde buizen worden gekoeld door twee eronder liggende ventilatoren.

 

In tegenstelling tot een FL-2100Z hebben zij:

- vijf banden van 10 - 80 m,

- een andere schakeling voor de negatieve roosterspanning,

- een andere anode smoorspoel,

- één zend en ontvang relais.

De vorige modellen FL-2100 en FL-2100B zijn in grote lijnen identiek, maar: »

Voor onze moderne apparatuur is op sommige banden de SWR aan de ingang ongunstig zodat de stuurzender terug regelt. Het maximale zendvermogen wordt niet bereikt en een interne of extra antenne tuner is dan nodig om alles eruit te halen.

MANCO

Er zijn echter twee tekortkomingen: de buizen willen nogal eens oscilleren en een bescherming tegen flash-overs ontbreekt. In dit artikel worden een aantal modificaties voorgesteld die uw versterker beveiligen en ook stabieler maken. Uit binnen en buitenland wordt mij bericht dat de modificaties inderdaad een verbetering zijn.

Een FL-2100(Z) is een bijna getrouwe kopie van een Heathkit SB-200 en komt schematisch voor een groot deel overeen met deze versterker. Wellicht is er in dat artikel technische informatie die u kunt gebruiken om in uw Yaesu PA toe te passen.

OUTPUT

In handleidingen van dergelijke oudere versterkers werd 1200 W als "Plate Input Power" vermogen aangeduid. Dat was destijds de gebruikelijke term voor het aantal watten dat de buizen nodig hadden uit het elektriciteitsnet. Nog steeds zie ik dat met dit "kale" vermogen in advertenties op onder andere zendamateur.2dehands etc. geadverteerd wordt. Bedenk dat het echte zendvermogen slechts ongeveer de helft daarvan is.

Draaggolf (key down) output.

Niet alle door mij onderzochte of gemodificeerde versterkers leverden per band hetzelfde zendvermogen. In een tabel ziet u het resultaat van een test met nieuwe (Taylor, RF Parts) buizen in een van de apparaten. Omdat de spanning van het elektriciteitsnet tijdens één dagdeel niet constant is, werd de output gemeten op drie verschillende tijdstippen gedurende drie opeenvolgende dagen. De gebruikte apparatuur was: een 100 W zender, een Bird dummy load en Bird 43 wattmeter met de meetkoppen 2.5 kW (type 2500H) en 1 kW (type 1KP voor 160 m). De netspanning stond op de 220 V taps van de voeding en een weerstand in serie met het gloeistroom circuit zorgde voor een juiste spanning voor de twee buizen. Zo heeft u ongeveer een idee hoe groot de output kan zijn.

 Op sommige banden was een externe tuner nodig om de 100 W zender met een SWR = 1 te belasten. Het duidelijk mindere vermogen op de 160 m band komt door de zeer lage Q van het anodecircuit, omdat de fabrikant op de desbetreffende componenten bezuinigd heeft. Het lagere vermogen op de hogere banden is het gevolg van het afnemend rendement van de buizen en de hogere kringverliezen op die banden.

Zoals verwacht bracht experimenteren met de neutrodynisatie (TC2) aan het licht dat zendvermogen en input SWR sterk door het instelpunt beïnvloed worden. Dat was ook te merken in de versterker van LU5OM, zie de tabel. Het apparaat werd door een vriend volgens de handleiding met een dip op 10 m afgeregeld. Het afgebeelde zendvermogen kon alleen bereikt worden met een extra tuner tussen set en PA.

NEUTRODYNISATIE TC2

De versterker wordt door de modificaties behoorlijk stabiel en de neutrodynisatie schakeling zou zelfs buiten werking gesteld kunnen worden! Omdat de vast afgestemde 9 banden circuits aan de ingang ontworpen zijn met dat systeem, zorgt het weglaten ervan voor een verhoogde input SWR op meer banden, daarom werd het intact gelaten. Als nu de methode in de handleiding om de buizen te neutrodyniseren gedaan wordt, reduceert dat de output op 10 en 12 m aanmerkelijk.

-Regel de versterker in de 10 m band af op maximaal vermogen.

-Regel TC2 af op minimale input SWR.

-Herhaal deze procedure nog één keer.

Na een paar experimenten met het afregelen van de neutrodynisatie werd uiteindelijk gekozen om trimmer TC2 als volgt in te stellen:

Met deze methode wordt op veel meer banden de laagste SWR verkregen. De stabiliteit van de versterker kan men controleren door de uitgang met een geschikte dummy load te belasten en zonder sturing het zend & ontvang relais via J4 (= RY) te bekrachtigen. Let op de ruststroom terwijl u per band langzaam aan de Plate en Loading knoppen draait. Als er geen verandering in de ruststroom plaats vindt, is uw versterker stabiel genoeg. Overigens deze methode werkt ook met andere HF PA's.

BESCHERMING (buizen, HV voeding)

 

Een methode om met slechts met één (Teflon) soldeersteun een zekering en weerstand aan te brengen.

 

De 572B buizen hebben de nare eigenschap dat zij inwendig kortstondig doorslaan (flash-over) als de versterker geruime tijd niet in bedrijf geweest is. Zonder extra zekering en weerstand in het anodecircuit kan, door een momentele kortsluiting, de hoofdzekering doorpiepen en de buizen beschadigen of zelfs onbruikbaar maken. Als de buizen een blijvende kortsluiting veroorzaken kunnen de gelijkrichtdiodes van de hoogspanning het begeven zodat tenslotte ook de transformator het loodje legt. 

Allemaal ellende die voorkomen kan worden door het aanbrengen van:

Een extra draadgewonden weerstand en een snelle zekering.

Bij een van de eerste FL2100Z's die ik nakeek, trad dat verschijnsel op, maar bleven de buizen heel omdat eerst deze beveiliging aangebracht werd.

Verder zijn verbrande contacten van de bandschakelaar een veel voorkomend defect. Als bij voorbeeld de schakelaar op een verkeerde band staat, kunnen de contacten door vonkoverslag beschadigd worden.

In de foto rechts was het de eerste keer dat weerstand en zekering aangebracht werden en de foto's boven tonen een later ontwikkelde "slimmere" montage.

 EEN SCHEEF RELAIS

Bij een toevallige controle van het zend/ontvang relais in een versterker, bleek het een en ander (»fig») scheef in elkaar te zitten. Pogingen om het zaakje recht te krijgen, mislukte omdat het doorzichtige deksel er niet goed passend op geplaatst kon worden. Aanvankelijk dacht ik dat het een toevalstreffer in één apparaat betrof, maar ook in een volgende FL-2100Z was de fabricage "misser" aanwezig. Het zou mij niet verbazen als sommige vormen van disfunctioneren mede veroorzaakt wordt door een slecht contact bij zo'n "scheef" relais! Controleer uw PA op deze afwijking.

MODIFICATIES

Hiernaast is een uitbreiding van het bestaande circuit getekend om problemen te verhelpen. Het aarden van VC1 aan een buisvoet of gemeenschappelijk aardpunt van de buizen gaat via een dikke draad of nog beter met een stukje coaxkabel. Rechts in de tekening ziet u hoe ook in de meeste andere versterkers het aardcontact van VC1 eigenlijk van de buisvoet afgeschermd is door een kooi van Faraday rondom de buisvoeten. Een rondgaande HF stroom van de buis via de condensator komt veel obstakels tegen en zal uiteindelijk de buisvoeten bereiken. Dat veroorzaakt naar mijn overtuiging instabiliteit en ongewenste oscillaties. Een kortere stevige directe verbinding "verlegt" VC1 via de kabel naar de buis.

Breng ook de twee 4.7 nF condensatoren («fig) aan om L1 extra te ontkoppelen voor de 80 en 160 m bereiken.

Let op: iemand had na het lezen van dit artikel onder andere weerstand en zekering aangebracht en ook de meters met diodes beveiligd. Toen hij twee nieuwe buizen plaatste, trok één van de buizen in de STBY stand zoveel "ruststroom" dat hij onmiddellijk de PA uitschakelde. Dat verschijnsel was er niet altijd en meestal kon hij door een paar maal uitschakelen, afkoelen en inschakelen de versterker "goed" krijgen. Bij controle bleek de draadgewonden shuntweerstand R3 over de meter zwart geblakerd te zijn, maar was verder niet doorgebrand. Een periode later deed hij de versterker aan en de luide knal was zo hevig dat zijn echtgenote verschrikt naar boven kwam om te kijken of alles wel in orde was. Samen hebben wij zijn apparaat nagekeken en wat bleek: de diodes van het SWR systeem waren defect en de diodes over meter M1 waren geleidend geworden, maar het instrument was daardoor heel gebleven. Verder was de kortsluiting zo intensief geweest dat zowel de zekering als de 10 Ω/10 W doorgebrand waren.

Achteraf was de eigenaar blij dat eerst de diodes aangebracht waren, want anders kon hij naar een andere meter omzien. Bovendien waren, zonder de beveiliging in serie met de anodesmoorspoel, waarschijnlijk ook de diodes in de HV voeding doorgeslagen en daarna de transformator doorgebrand!

MONTAGE MET COAX

 

 Het beste is om volgens de foto's bij VC1 aan de boven en onderkant een paar verbindingen met het chassis te onderbreken, zodat een HF stroom maar één kant op kan namelijk via de nieuw aan te brengen draad. Boor voor de directe verbinding een gat in het buisvoeten compartiment en breng eventueel een doorvoertule aan. Hier werd een ongeveer 1 cm Teflon pijpje, dat eerst met een puntenslijper was aangepunt, in het gat geperst. Bij een van de volgende versterkers werd een coaxkabel (RG231) aangebracht. U zult merken dat door het draad en de andere wijze van VC1 aarden, de standen van Plate en Tuning knoppen voor een maximale output veranderd zijn.

De volgende afbeeldingen laten zien hoe het en ander met een koperdraad of nog beter met een korte coaxkabel gerealiseerd kan worden.

 

VC1 naar één buisvoet met een stukje RG213 coaxkabel waarvan bij één uiteinde de afscherming gedeeltelijk verwijderd werd.

De afscherming van de RG213 kabel is bij de 10 m spoel (L6) gedeeltelijk verwijderd om vonk doorslag naar de afscherming te voorkomen. Voor de binnenader is de doorschijnende isolatie goed genoeg als scheiding voor de HF spanning die op de platen van VC1 staat.

MONTAGE MET BLANKE DRAAD

 

Draad of coaxkabel alleen bij één buisvoet (g1) aan een aardpunt monteren. Een blanke draad (6 mm²) geïsoleerd doorvoeren.

Breng een dikke draad aan, bij voorbeeld blank 6 mm² installatie draad, van de onderkant van VC1 via het buizencompartiment door een (te boren) gat naar één buisvoet. Zorg bij een ongeïsoleerde verbinding dat er onderweg geen contact met het chassis gemaakt wordt.

PA7TWO deed het eerst door bij de buizen een verbinding naar de massa van beide buisvoeten te maken. Steeds kreeg hij last van zelfoscillatie waardoor een buis en diverse zekeringen in de anodelijn het begaven. Hij verdacht onder andere de neutrodynisatie en probeerde in feite van alles, maar dat gaf geen soulaas. Ten einde raad bracht hij maar één draad aan van VC1 naar het aardpunt van één buisvoet. En tot zijn verrassing en opluchting werd de versterker op slag ongelooflijk stabiel met beide buizen dezelfde rode kleur bij langdurige sturing.

In al mijn artikelen waar deze extra verbinding vermeld wordt, gaat het over een verbinding van tuning condensator naar het gemeenschappelijk aardpunt van buizen! De ervaring van PA7TWO bevestigt nog eens dat men één punt moet nemen zo dicht mogelijk bij de buisvoeten.

 

 

De draden boven en onderaan van VC1 naar de frontplaat doorknippen.

 

VC1 naar één buisvoet met een 6 mm² installatiedraad.

LET OP!

 Na het lezen van dit artikel bracht iemand een directe draad aan door dat te solderen aan de buitenkant van het buizencompartiment. Zie de linker en rechter foto. Dat is niet goed want het compartiment is een afschermde doos en er zal op die manier weinig of geen stroom door de wand lopen. Bovendien was door de wijze van monteren de draad ook nog te lang geworden om effectief te zijn. De volgende eigenaar van de versterker merkte dat het geen zin had, want door een hevige flash-over in een van de buizen smolt de zekering en vielen de roosterweerstanden R7 en R8 uit elkaar, maar zijn nieuwe buizen waren nog heel door de extra aangebrachte zekering.

METERS BESCHERMEN

Verder is het verstandig om alle meters aan de frontplaat te beschermen met antiparallel geschakelde diodes. Ontkoppel dat met 10-22 nF want moderne HV diodes werken vaak ook als HF detector.

 Het beste is om diodes te nemen die veel stroom kunnen verdragen. Als er iets mis gaat met voeding of buizen loopt alle kortsluitstroom door een meter. Is daarvoor nog wel een identieke vervanger te verkrijgen? Bruggelijkrichters zijn goed geschikt. Hiervan worden de wisselstroomaansluitingen met elkaar verbonden en dat moet ook met de (+) en (–) uitgangen. Zo ontstaan paren van anti parallel geschakelde (power)diodes.

Hans PA3HGT en Henk PA0HRA hebben samen de modificaties in hun FL2100Z aangebracht. Een uitgebreide ombouwbeschrijving met veel foto's van hun operatie staat op de homepage van Hans: http://www.pa3hgt.nl, kijk bij "Techshit". 

ADVIES

Het is aan te bevelen om ook versterkers van andere merken van deze uitbreidingen te voorzien. Vrijwel elke lineair die hier binnenkomt, gaat weg met de voorgestelde beveiligingen.

VEILIGHEID SCHAKELAAR S3

 

Dit («fig) gebeurt er met de weerstand van de veiligheidsschakelaar S3 SAFETY LOCK in het compartiment van de buizen als u de hoogspanning aansluit en het geperforeerde deksel nog niet geplaatst is.

De beveiliging zorgt ervoor dat de anodespanning en dus de spanning over de HV elco's via een weerstand naar chassis ontladen wordt als u het deksel verwijderd.  

 KOELING

   

 

De winddruk van de twee liggende ventilatoren is minimaal. Zij zorgen voor een bijna niet te voelen luchtstroom die de buizen tijdens een normaal QSO voldoende koelen. Gedurende een langere zendperiode zoals een contest, slow scan, RTTY of een hittegolf, wordt het in de ruimte van de buizen naar mijn oordeel wel erg heet.

 

Dat verklaart ook het veel voorkomende euvel van defecte keramische schijfcondensators naast de buizen. Zij barsten of breken door oververhitting, ook kortsluiting komt regelmatig voor. Links ziet u hoe PA7TWO het een en ander vervangen heeft door modernere typen. 

 

 

Daarom is het verstandig om bij uitzendingen van lange duur een extra ventilator op de kast boven de buizen te monteren of op een andere manier te zorgen voor voldoende koeling. Dat is ook goed voor de buizen want een oververhitte buis heeft maar een korte levensduur.

PA7TWO kocht bij een autosloperij een vrijwel nieuwe radiator ventilator uit een VW («fig). Met een spanning van 5 V draait het ding bijna geruisloos terwijl de luchtstroom "enorm" is.

 

 

Ook zou men de ventilatoren kunnen vervangen door 12 V/± 2.5 W types voor computers. Zij geven meer luchtverplaatsing en het geringe opgenomen vermogen kan gemakkelijk door de gloeispanning geleverd worden. Let er op dat de extra schakeling (fig») "zwevende" van massa aangebracht wordt!

INGANGSCIRCUIT

Deze lineair werd geproduceerd als aanvulling op oudere sets met buizen. In de oudere voorgangers van het FL2100Z model waren geen of rudimentaire ingangskringen die een hoge SWR geven. Met een SWR ≥ 1.8 was dat destijds met een buizen transceiver geen punt, maar met de huidige sterk terug regelende halfgeleider eindtrappen komt er te weinig vermogen in de versterker. Een externe of ingebouwde tuner is nodig om de SWR omlaag te brengen zodat het maximale zendvermogen beschikbaar is om de versterker volledig uit te sturen.

 

De hoge SWR komt onder andere omdat het inputcircuit uitgevoerd is met montagedraad en niet met 50 Ω coaxkabel. Ook de lange verbindingen van het relais zelf gooien roet in het eten. Een condensator van ongeveer 27 pF over het relaiscontact (of soms over de input connector) stemt de zelfinductie van de bedrading breedbandig af in het 10 - 15 m gebied. Met een trimmer kan een gunstiger compromis gevonden worden. Opnieuw bedraden met coaxkabel kan verbetering geven maar vaak blijft een extra condensator volgens de tekening nodig vanwege de montage rondom het relais. 

PARASIETSTOPPER

Parasieten kunnen onderdrukt of voorkomen worden door voor de parasietstromen een obstakel (stopper) aan te brengen die haaks staat («fig) op de richting van de stroom. Dat kan in de vorm van een haarpin geleider en het werkt, zonder noemenswaardig verlies van het oorspronkelijke vermogen, bij frequenties die een veelvoud zijn van 100 MHz. De voornaamste taak is het creëren van een hoge impedantie in serie met het anodecircuit. Deze methode werkt alleen goed als de werk en parasiet frequenties voldoende van elkaar af liggen, zodat er voor de zendfrequenties geen buitensporige weerstandsverliezen ontstaan. De stopper moet een zo laag mogelijke L/C verhouding hebben en ook voldoende gedempt worden om een breedband werking te verkrijgen.

Het dempen kan bereikt worden door parallel aan de haarpin een niet inductieve weerstand te schakelen en de haarpin te maken van slecht geleidend metaal. Een ruw of geprofileerd oppervlak geeft extra weerstand ten opzichte van een gepolijste of gepoetste geleider.

 

 

In deze versterker zitten parasiet stoppers in de vorm van kleine spoelen met parallel eraan weerstanden R6 en R9. De waarde van dergelijke weerstanden is niet kritisch (22 - 100 ?). Zij moeten inductievrij zijn en zorgen ervoor dat de kring voor VHF breedbandig wordt. Een zwartgeblakerd of gebarsten exemplaar kan beter vervangen worden.

Het oude type reflectievrije koolweerstand is bijna niet meer te koop, zoek dus niet vruchteloos naar het originele model, maar vervang door een moderne inductievrije weerstand. Philips (fig») heeft nu kleine bruine inductievrije weerstanden van 22 - 470 Ω/3 W.

De meeste winkels voor componenten hebben het kleinere type («fig) 22 - 470 Ω/1.2 W in voorraad. Vraag dus naar het grotere type als ze "nee" verkopen of niet weten wat u bedoelt. Monteer de weerstand niet meer in de spoel maar ernaast. Eventueel kunt u het kleinere model toch gebruiken door er («fig) meerdere parallel te monteren. Bij voorbeeld 4 × 220 Ω/1.2 W.

 

 

Als u onverhoopt parasietstoppers moet vervangen monteer dan het haarpin model volgens de foto. Na veel experimenteren en bouwen van HF versterkers is hier een "standaard" model ontstaan waarbij de lengte van de (witte) draad 12.5 cm en de breedte van de haarpin ongeveer 2 - 2.5 cm is. Knip echter een stuk af van 13.5 à 14 cm en gebruik de extra lengte om de draad over de uiteinden van de weerstand te wikkelen en vast te solderen. Neem gewoon vertind draad want dat heeft door een skin effect extra verliezen voor VHF. De gelijkstroomweerstand hoeft niet meer te zijn dan een fractie van 1 Ohm. In veel versterkers maak ik zo'n haarpin van blank vertind 6 mm² installatiedraad dat men in huizen gebruikt om elektrische installaties te aarden.

ANODE SMOORSPOEL

Anodesmoorspoel L1.

 

 

De foto van anodesmoorspoel L1 wordt vergroot getoond, zodat u het aantal windingen per sectie kan tellen voor het geval dat u te maken krijgt met een verbrande of doorgebrande spoel. Bij gebrek aan een nieuw exemplaar kan het opnieuw wikkelen de enige remedie zijn. 

 

 

 Een beschadiging of doorbranden kan diverse oorzaken hebben zoals het mankeren van de eerder beschreven beveiliging, het afstemmen op een verkeerde band of het momenteel werken zonder een belasting aan de uitgang. Een onderzochte versterker had een gerepareerde smoorspoel en dat is duidelijk op bovenstaande foto te zien in vergelijking met een gaaf exemplaar. Kennelijk was bij een vorige eigenaar L1 ook doorgebrand. Om dat te herstellen had hij beschadigde windingen verwijderd, een gedeelte opnieuw gewikkeld en daarna de losse eindjes ongeveer in het midden aan elkaar geknoopt. De spoel had nu een ongunstige eigen resonantie in het 17 m gebied waardoor het vrijwel onmogelijk was om op die band een behoorlijke output te verkrijgen. Door het aanbrengen van extra windingen van dun met Teflon geïsoleerd draad heb ik de resonantie verschoven. Daarna werkte de versterker weer op de 17 m band.

RESONANTIE OP 17m

Het kan geen toeval zijn want bij een volgende FL-2100Z begon de anode smoorspoel (fig») te roken toen de versterker afgestemd was op de 17 m band. In dit geval kwam de rook van ongeveer het midden van het onderste segment windingen. Dus niet zoals hiernaast in het grensgebied van twee segmenten. Verder was de output beneden peil. Kennelijk heeft de RFC in één of meer van deze versterkers een serie resonantie die precies in het bereik van de 17 m band valt. Een remedie kan het aanbrengen van extra windingen zijn, zoals hiervoor gedaan is. Omdat de eigenaar niet van plan was de genoemde band te gebruiken, kon dat niet in de praktijk getest worden.

STEILE BUIS

Volgens diverse berichten zijn de steilere Svetlana buizen niet zo geschikt voor HF omdat ze oorspronkelijk ontworpen waren voor laagfrequent versterkers. Op de onderstaande foto ziet u bovendien dat de anode een beduidend kleiner formaat heeft dan een "normale" 572B van een ander merk. Daarom is de toegestane anode dissipatie ook lager zodat u Svetlana's beter niet kunt gebruiken.

 

572B Op ware grootte van o.a. Cetron en het kleinere type van Svetlana.

 

De getoonde Svetlana in het ter reparatie aangeboden apparaat was totaal versleten (door mishandeling?). Er ging qua vermogen meer in dan uit. Let erop dat de buis ook behoorlijk korter is en daarom niet altijd zonder mechanische aanpassingen in een versterker van andere merken past.

Met buizen die steiler zijn dan de oorspronkelijke 572B's is de negatieve roosterspanning om de buizen dicht te drukken soms te laag. Zo bestaat er kans dat als de versterker onbelast is, er zelfoscillatie optreedt. Een van de methoden om dat te voorkomen doet W8IJ met een 100 kΩ weerstand van de middenaftakking van de gloeistroom transformator naar massa. Bij het zenden sluit een extra relais de weerstand kort. Ook PA7TWO en PH7Y hebben dat met succes aangebracht.

 

 

 

BUIS REACTIVEREN OF TESTEN

Ter voorkoming van vonkoverslag in een nieuwe of lange tijd niet gebruikte buis, is het verstandig om hem voor te bereiden (reactiveren of reconditioneren) op zijn taak. Daar zijn diverse meningen over en oplossingen voor. Bij een 572B kan dat betrekkelijk eenvoudig. Met een gelijkspanning van 40 à 45 V heeft men voldoende om de buis 250 mA te laten trekken als het rooster met de anode verbonden wordt. Laat de buis eerst een half uur aanstaan met alléén 6.3 V op de gloeidraad. Daarna komt de "hoogspanning" van ongeveer 45 V erop en regelt men dat af op een anodestroom van 250 mA. Een nieuwe of goede 572B van zal 250 mA trekken bij ± 45 V zodat de meetopstelling ook geschikt is om buizen te testen en onderling te vergelijken. Het mooiste is als men de beschikking heeft over een stroombegrenzer, want tijdens het reactiveren kan de stroom onverwachts toenemen, zodat een bewaking nodig blijft om die 250 mA te handhaven. Meestal laat ik het reactiveren niet langer dan een uur duren.

Alle goede gebruikte of nieuwe buizen van TAYLOR, CETRON of WATERS die ik kon testen waren opmerkelijk gelijk want zij leverden 250 mA bij 44 Volt. Een buis is nog redelijk met een stroom van 250 mA bij 50 V, maar het zal duidelijk zijn dat een exemplaar versleten is als er 80 V nodig om 200 mA te laten lopen!

GEPAARDE BUIZEN

Vaak worden gepaarde (matched pairs) buizen aangeboden of aanbevolen, waarvoor u dan beduidend meer moet betalen.

Schema technisch worden beide buizen op gelijke wijze aangestuurd, maar door de montage van componenten zal er altijd een verschil tussen beide buizen bestaan zodat het paren (van echte zendbuizen) naar mijn mening geen zin heeft. Immers een HF stroom zal voor de kortste weg kiezen en daarom een voorkeur hebben voor één van de twee buizen. Wanneer bij voorbeeld van twee goede maar niet gelijke buizen de ene roder wordt dan de ander, kunt u meestal door het verwisselen van plaats hun werking "gelijk" trekken. Daarom kan ik niet inzien waarom u gepaarde typen moet aanschaffen voor deze versterker of anderen zoals Heathkit SB-200, Ten Tec Centaur of Ameritron AL800. Inmiddels bezit ik ongeveer 15 × 572B waarvan 13 gebruikte buizen, en van diverse makelij. Ze werden in mijn versterkers met 2 × 572B (SB200) en 3 × 572B (Centaur) door elkaar heen gebruikt zonder dat daar iets nadelig van te merken was!

Een methode om uit te zoeken welke buis het minder doet is kortstondig één buis eruit halen en het achtergebleven exemplaar testen op maximale output in de 20 m band. Eventueel met een ATU de SWR tussen zender en PA omlaag brengen. Plaats daarna de andere buis in dezelfde buisvoet en meet opnieuw de output. Daarna weet u wat de beste buis is.

GOEDKOPE BUIZEN

De handelaar is:

ESRCI CORP

6424 Pinecastle Boulevard

Suite D

Orlando, FL 32809

USA

E-mail address: esrc@aol.com

PA7TWO kocht in de USA een aantal 572B's van Chinese makelij voor zijn YAESU FL-2100. Ze doen het uitstekend in zijn versterkers. Hij heeft ze aan mij laten zien en het lijken wel kopieën van mijn CETRON 572B's (uit China?). Ook de buizen van TAYLOR lijken erop. Ik heb goede ervaring met gebruikte CETRON's en in mijn versterker merk ik geen verschil met nieuwe buizen van een ander merk.

De Amerikaan vroeg indertijd voor een matched pair 572B's 2 × $39 en er komt $11 bij voor verzending naar Nederland. Met inklaren (douane) betaalde PAØBWL uiteindelijk 45 EURO per buis bij een bestelling van 4 × 572B's. Zo'n gunstige prijs voor nieuwe uitgezochte exemplaren heb ik nog niet eerder gezien. Meestal moet men dat al voor een 811A geven! De leverancier verkoopt uitsluitend buizen en ook andere typen zijn te leveren. Een andere bron dichter bij huis en voor een redelijke prijs is: http://stores.ebay.co.uk/Tubesonix . DK6NI kocht daar zijn buizen voor een SB-200. Hij schrijft: "Nochmals besten Dank für Deine guten Ratschläge. Die neuen Röhren von Tubesonix sind eingetroffen! Die SB-200 arbeitet nun offensichtlich einwandfrei". Onlangs werkte de link niet zodat deze info achterhaald is!

Als men buizen in de USA bestelt (b.v. bij RF Parts), dan kunnen alle kosten dermate hoog worden dat het goedkoper kan zijn is om een bestelling binnen Europa te doen. Het totale bedrag voor transport, behandeling inklaren, BTW en invoerrechten kan behoorlijk tegenvallen hebben al velen onder ons ondervonden! In juni 2009 kocht iemand bij RF Parts een matched pair 572B voor € 99, bij aankomst in NL kwamen daar nog € 35 aan de eerder genoemde kosten bij.

PA1PXL surfde op internet en vond in HONGKONG een leverancier die twee gepaarde buizen leverde voor ongeveer € 50,- inclusief verzendkosten. Op het douaneformulier moet de afzender wel vermelden dat het om spare parts gaat, anders komt er van onze overheid nog een toeslag bij vanwege de wettelijke "legale diefstal".

INSCHAKEL VERTAGING

 

Deze versterker heeft geen inschakel vertraging en eigenlijk is het voor HV diodes en gloeidraden beter om toch zoiets aan te brengen. Buitenlandse lezers hebben mij om een extern systeem gevraagd, omdat het aanbrengen in de compacte versterker voor velen een probleem blijkt te zijn.

Een eenvoudig goedkoop en beproefd systeem, dat in het vorige decennium in vele bladen heeft gestaan, ziet u hiernaast. Vergeet niet om ook de geel-groene aarddraad in het systeem te monteren.

 OMBOUW NAAR 2 × GI7B

De 13 VAC winding van trafo PT1 blijkt voldoende sterk te zijn voor het voeden van 2 × GI7B gloeidraden. Zij gebruiken samen ongeveer 4 A/12 V en de 572B's 8 A/6.3 V. Qua elektronica is een conversie eenvoudig uit te voeren. Één buis zou eventueel al volstaan, maar met twee buizen wordt de warmte en dus de koeling over twee buizen verdeeld. Dat past goed bij de al aanwezige ventilators. Overigens de modificatie moet hier nog gedaan worden!

 

De wijzigingen in het originele schema zijn rood omcirkeld.

GI7B's hebben dezelfde schroefdraad als de afgebeelde koellichamen. Ze zijn smaller dan de originele cooler en passen zonder meer naast de anode smoorspoel. Door de constructie krijgt de buis een passende  transversale koeling van de onderliggende ventilators.