TL911 MODIFICATIES

PASSIEF ROOSTER INPUT

Een Kenwood TL911 lineaire versterker is uitgerust met Amerikaanse lijnuitgang buizen waarvan er 5 × 6LQ6 parallel staan in geaarde rooster schakeling. Er is geen circuit aan de ingang en daarom wordt de totale ongeveer 110 pF capaciteit aan de ingang niet gecompenseerd of afgestemd. De SWR is daarom te hoog voor moderne sets met een breedbandige transistor eindversterker.

Een mogelijke oplossing is het aanbrengen van een breedbandig passief 50 Ω circuit aan de ingang. Zo'n systeem wordt ook in een van mijn ontwerpen (FRI1500) toegepast. In een TL911 moet de schakeling veranderd worden van een geaard rooster in een geaard kathodecircuit. Dat is geen gecompliceerde modificatie, zie daarvoor het schema.

  1. De verbinding van de condensatoren C2, C6, C10, C14 en C18 met het relais RL2-2 worden verbroken en elke condensator wordt daarna aan massa dicht bij de buisvoet gesoldeerd om de kathode te ontkoppelen.
  2. De weerstanden over smoorspoelen LR2, LR4, LR6, LR8 en LR10 worden verwijderd of los genomen.
  3. De trimmers TC1, TC2, TC3, TC4 en TC5 worden verwijderd of los genomen.
  4. Elk stuurrooster wordt met een 10 nF condensator verbonden met het punt waar voorheen C2 – C18 aan vast zaten.
  5. Deze afgeschermde leiding bij relais RL2-2 onderbreken en daartussen het breedbandige circuit monteren. De 50 Ω reflectievrije (fig») weerstand dient goed gekoeld te worden door het op een koellichaam te monteren.

Als u toch bezig bent, breng dan ook de extra zekering en weerstand aan in serie met L6 in de HV leiding naar de anode.

Omdat ik geen TL911 bezit kan dit idee niet zelf getest worden, maar een collega zendamateur is van plan zijn versterker als zodanig te veranderen. De vorderingen zullen gevolgd worden.

ANDERE BUIZEN

De 6LQ6 en anderen Amerikaanse "sweep tubes" zijn niet zo goed en sterk als hun Europese tegenhangers EL519 en PL519. Daarom adviseer ik om de laatste typen te plaatsen. Iedereen die dat ook gedaan heeft in een PA met de Amerikaanse buizen, is er tevreden over. De gloeidraad van een PL519 heeft 40 V/0.3 A nodig. Een transformator kan men uitsparen door de schakeling naast de foto (fig») toe te passen. Als het chassis van de versterker via een geel groene draad aan randaarde van het lichtnet ligt, is dit een veilige methode. U heeft dan een wisselstroom (start)condensator nodig van 8.4 µF of 2 × 8.4 µF bij 400 gelijkspanning met twee HV diodes (1N4007 etc.). U kunt ook een geschikte ringkern transformator van 42 V/1.5 A naast de voedingstrafo plaatsen en de spanning corrigeren door een weerstand in serie met de primaire wikkelingen.