ZS6BKW ANTENNE

Op Internet kan men diverse afmetingen vinden over een ZS6BKW antenne, waardoor het originele ontwerp van ZS6BKW over het hoofd gezien wordt.

G5RV

 

ZS6BKW is uitgegaan van de oorspronkelijke G5RV antenne. Dat type is een dipool van 2 × 15.55 m gevoed met een 8.8 m lange 300 Ohm lintlijn. Het voedingspunt heeft een impedantie van 70 à 100 Ohm en voor koppeling met een zender werd een symmetrische voedingslijn van 70 à 100 Ohm gebruikt. Destijds hadden niet veel amateurzenders een uitgang van 50 Ohm.

 

G5RV IMPROVED

 

Met behulp van software is een G5RV zo goed mogelijk opnieuw gemodelleerd zodat op meerdere banden de SWR gunstiger werd. Om het origineel niet teveel geweld aan te doen, werd een 300 Ohm lintlijn met een verkortingsfactor van V = 0.85 ingevoerd. Het resultaat is een dipool van 2 × 14.2 m met een 300 Ohm lintlijn van 11.1 m. In tegenstelling tot G5RV's ontwerp heeft de verbeterde versie een voedingspunt van 50 Ohm!

ZS6BKW

Omdat 300 Ohm lintlijn niet meer zoveel in omloop is, werd in het programma met 450 Ohm gewerkt. De uiteindelijke ZS6BKW antenne is een dipool van 2 × 13.75 m gevoed met een 12.2 m lange 450 Ohm lintlijn. Het voedingspunt is ook hier 50 Ohm.

De gunstiger SWR bleef ook gehandhaafd met de antenne in inverted "V" configuratie, alleen verschoven de resonantie punten naar een lagere frequentie. Niet zo vreemd want door de grotere capacitiet van de uiteinden ten opzichte van aarde, wordt de antenne elektrisch gezien langer. 

ZS6BKW VERSIES

Andere versies van ZS6BKW.

De eerder genoemde gunstige SWR is sterk afhankelijk van antennehoogte, ondergrond, omgeving en toegepaste "hardware". Andere versies van een ZS6BKW zijn waarschijnlijk ontstaan doordat de ontwerpers of publicisten op hun locatie bezig geweest zijn om de SWR omlaag te krijgen.

COAX VOEDINGSLIJN

Het voedingspunt van een ZS6BKW is 50 Ohm, maar reken meer op ongeveer 50 Ohm. Met een willekeurige lengte van de coaxkabel werkt dat als impedantie transformator. Daardoor kan het voorkomen dat de zender belast wordt met een andere impedantie dan 50 Ohm, hetgeen een SWR meter ook laat zien.

Leveranciers van ZS6BKW of G5RV adviseren of vermelden dan ook expliciet, dat hun produkt alleen goed werkt met een bepaalde lengte van de coaxkabel.

Het beste is om een ½ golf (½λ) coaxkabel op de laagste frequentie te gebruiken. Dat werkt voor veel banden als 1 ÷ 1 transformator, zodat de zender aan het begin van de kabel dezelfde impedantie van het antennesysteem aantreft. 

Ik gebruik bij voorkeur een veelvoud van 6.70 m, 50 Ohm/V 0.66 coaxkabel. Voor 10 - 40 m is dat 2 × 6.70 m = 13.4 m en voor 10 - 80 m is dat 4 × 6.70 m = 26.80 m.

Het is ook beter om een balun (mantelstroomfilter of choke balun) te plaatsen tussen de asymmetrische coaxkabel en de symmetrische 450 Ohm lintlijn. Dat kan door vlak bij het voedingspunt ongeveer 6 m coaxkabel om een koker of pijp van 7 à 12 cm diameter te winden. Met dun coaxkabel zoals RG58 kan men zoveel mogelijk windingen op een ringkern (b.v. FT240-43) aanbrengen. 

MAAT OF AFMETING

Bedenk steeds dat opgeven maten van antennes in artikelen een richtlijn zijn. De werkelijke elektrische lengte (of resonantie) hangt af van constructie en omgeving zoals: de hoogte boven aarde, de voedingslijn, de dikte van draad of staaf, wel of geen isolatie om de geleider, de wijze van bevestigen aan baluns of isolatoren. Verder de capaciteit van de antenne ten opzichte van "aarde" en geleiders zoals (natte) begroeiingen, antennes, afrasteringen, balkons, betonijzers, elektrische leidingen of andere metalen constructies op of in de grond. U heeft geluk als een antenne het in uw situatie (met rondom veel huizen) doet zoals een auteur of fabrikant het beschrijft, maar vaker zult u moeten experimenteren of afregelen om een optimaal resultaat te behalen voor een goede aanpassing.