S-Match©

Een symmetrische en ook nog universele ATU met twee knoppen.

  Click on S-Match eng

De eerste versie van dit artikel werd gepubliceerd in ELECTRON november 2003.

  11-feb-2012 De volgorde van de onderwerpen veranderd, tekst aangepast en afbeeldingen toegevoegd.

Hoe bij mij het idee van een S-Match ontstond.

Micro Metals/Amidon ringkernen geschikt voor dit ontwerp.

INLEIDING

 

Het is mogelijk om met slechts twee componenten L en C, een symmetrische antennetuner (ATU) te maken zonder aftakkingen en koppelspoelen.

Het is dan betrekkelijk eenvoudig om bij voor beeld een T-match ATU daartoe om te bouwen. Het eindresultaat is een meerbanden aanpassysteem dat geschikt is voor zowel symmetrische als coaxiale voedingslijnen en eindgevoede draadantennes.  

 

Deze varianten zijn mogelijk. Een middentap op de spoel naar massa kan ook, maar dat is niet zo praktisch.

De condensator kan ook een tweevoudig type (splitstator) zijn met de stator (het middelpunt) aan massa.

HOE DE SCHAKELING ONTSTOND

Jarenlang werd er door mij geëxperimenteerd om iets met weinig componenten te vinden, dat in staat zou zijn om een symmetrisch antennesysteem aan te passen aan de 50 Ohm uitgang van een zender. Bij die pogingen ontstond een van mijn andere ontwerpen: Fri-Match antennetuner. Uiteindelijk lukte het met een betrekkelijk simpele schakeling. Hoe het idee postvatte is hiernaast illustratief weergegeven.

S-MATCH© ATU (Een eigen ontwerp)

Om enig onderscheid te maken met bestaande antenne tuners koos ik S-Match© (Symmetrische Match) als naam voor mijn ontwerp. Voor zover mij bekend was, bestond die naam nog niet voor een ATU.

De basisschakeling bestaat uit drie componenten: een condensator, een rolspoel en een balun of HF transformator, kortom een minimum aan onderdelen.

In vergelijking met andere symmetrische ATU's spaart U met dit ontwerp een kostbare rolspoel of variabele condensator uit. De tuner kan in een metalen kast gebouwd worden met maar twee bedieningsknoppen aan de voorkant.   

RINGKERN TRANSFORMATOR (BALUN)

Omdat de transformator een grote bijdrage levert aan het eindresultaat werd van alles gemaakt en geprobeerd. Een aantal van mijn eigen ideeën voor een geschikte HF trafo werden door een paar bevriende collega zendamateurs met succes getest. Het beste product voor een 10 tot en met 160 m tuner was met een Amidon poederijzer ringkern van samenstelling 2 (rood = mix 2) met 16 + 8 + 8 gescheiden windingen. De definitieve transformator zorgt er ook voor dat in en uitgang van het systeem galvanisch gescheiden zijn. 

 

LET op: de gekleurde draden mogen niet met elkaar getwist worden.

Een goed compromis voor alle banden is: (a-d) = (b-b') + (c-c')) = 3 µH.

Bij de onderste kern zijn 3 draden getwist om een dikkere geleider te verkrijgen.

  

De volgorde van het wikkelen. Linkerkant: blauw = input, rood & zwart = condensator. Rechterkant: rood & zwart = spoel.

Het aanbrengen van de wikkelingen en de aansluiting op de componenten schijnt toch voor sommigen een probleem te zijn. Vooral uit het buitenland zijn daar vragen over en als men iets verkeerd doet kan de ringkern warm worden. Daarom is bovenstaande stapsgewijze wikkelmethode er later bij gekomen. 

 U zult wel ervaren hebben dat het aanbrengen en goed laten zitten van met Teflon geïsoleerd draad een lastig karweitje is. DL7RU heeft dat ook ondervonden en hij bedacht een slimme methode om dat goed te doen, zodat alles strak tegen elkaar en om de kern komt te liggen. Op de plekken van het begin en einde van de nog aan te brengen draden, bevestigt men als eerste een paar grote strak aangetrokken kabelbinders. Onder die binders schuift men vervolgens een paar kleinere en dunnere exemplaren. Daarmee fixeert u het begin en einde van de wikkelingen zodat het aanbrengen van het draad een stuk gemakkelijker wordt. De foto's laten duidelijk de bedoeling zien.

 

Merk op dat op zijn ringkernen meer windingen aangebracht zijn, a - d = 18 wdgn, b - b' = 9 wdgn, c - c' = 9 wdgn, omdat hij de tuner alleen voor 40, 80 en 160 m bestemd heeft. De zelfinductie voor de inkoppeling is ongeveer 8 µH en voor de twee uitkoppelingen ongeveer 4 µH.

Voor 10 - 30 m had hij al een S-Match gemaakt en hij was zeer tevreden over het concept. Daarmee wordt (fig») een verticale radiator met een open lijn van Wireman (CQ 553) aangepast en dat werkt verbazend goed. De antenne is 6.23 m lang, een 5/8 golf op 28.5 MHz met vier even lange radialen.

"VARKENSNEUS" type BALUN

RZ3AE S-Match balanstuner

RZ3AE stuurde mij een email met bijlage: "Je idee voor een symmetrische tuner zet aan tot experimenteren en maakt een zeer interessant ontwerp mogelijk. Een gedeelte van zijn Russische artikel heb ik met behulp van een vertaalmachine leesbaar gemaakt. Hij schrijft: "Door het onconventionele ontwerp en het toepassen van speciale componenten kan een kleine symmetrische tuner gecreëerd worden.

RZ3AE gebruikt twee ferriet pijpjes als balun.

De ringkern balun werd vervangen door twee ferriet pijpjes met een hoge permeabiliteit en de rolspoel door een T200-2 ringkern spoel met 15 aftakkingen. Taps 1 t/m 3 één winding (wdg), 4 t/m 6 twee wdg, 7 en 8 drie wdg, en 9 t/m 15 vier wdg gelijkmatig verdeeld over de rest van de kern.

De pijpjes balun is geschikt voor een zendvermogen kleiner of gelijk aan 100 W en de gebruikte draad is geïsoleerd met Teflon. (Een groot formaat varkensneus lijkt mij ook geschikt [red]). Op de diverse banden kan bij belastingen tot 600 Ohm afgeregeld worden op SWR < 1.1 en bij 1000 Ohm SWR tot 1.3. Voor een impedantie minder dan 50 Ohm moet de antenne aangesloten worden over de variabele condensator.

In een later stadium werd zijn idee op internet gepubliceerd: RZ3AE S-tuner

RINGKERN VAN POEDERIJZER

 

Amidon, tegenwoordig Micrometals, levert ringkernen tot een diameter van ongeveer 12.5 cm, maar die zijn zeer prijzig. In de S-Match zit een T200-2, met een diameter van 2 inch, geschikt voor ten minste 400 W. Breng op de kern één doorlopende spoel van 16 windingen aan met daartussen twee spoelen van 8 windingen. Twee op elkaar gelijmde kernen zijn goed voor ongeveer 1500 W. Met 2 × T300-2 ringkernen (fig») op elkaar kunt u met zekerheid nog meer aan en is er plaats om een dikkere draad te gebruiken. In resonantie kan er veel HF stroom lopen, de draad wordt heet en verwarmt op zijn beurt de ringkern. Als u niet zeker bent of u de juiste ringkern heeft omdat hij warm wordt bij een groter vermogen, ga dan na of de opwarming wel ontstaat in de kern en niet door verhitting van de spoelen met (te) dun draad.

Een nieuw type T200A-2 en T200-2B van Amidon heeft dezelfde afmetingen als twee T200-2 kernen op elkaar gestapeld. Omdat ik geen dik geïsoleerd teflon draad meer had werden («fig) 2 draden van 0.6 mm in elkaar gedraaid en daarna op de T200A-2 ringkern aangebracht. In een van mijn andere tuners zijn zelfs drie in elkaar gedraaide draden gebruikt.

 

Met minder vermogen (QRP) kan volstaan worden met de kleinere ringkernen van Amidon. Mijn foto's en tekeningen zullen wel duidelijk genoeg zijn om zelf een transformator te maken.

Het is ook mogelijk om twee aparte kernen te gebruiken. Ik heb geen duidelijk of nadelig verschil gemeten tussen twee kernen op elkaar of twee aparte kernen (fig»). Werkt u met veel vermogen, koop dan een zo groot mogelijke ringkern.  

ANDER KERNMATERIAAL

Men heeft mij geschreven dat ferriet ringkernen zoals 4C65 meer geschikt zouden zijn. Met dergelijke types heb ik geen goede ervaring gehad, want veel ferriet kernen die tot mijn beschikking waren, werden warm of heet, sommigen zelfs met 100 W zendvermogen. Als u een ferriet ringkern gaat gebruiken heeft u meestal minder windingen voor 3 µH nodig. 

ZELFINDUCTIE

Uit experimenten bleek dat een zelfinductie van ongeveer 3 µH een goed werkend compromis is voor alle HF banden.

Soms kan in het 10–30 m bereik een minimum zelfinductie van een bijna kortgesloten rolspoel samen met de zelfinductie van de transformator te groot zijn bij bepaalde antennesystemen. Verleng of verkort de voedingslijn om de aangeboden impedantie te veranderen. Maak eventueel een aparte ATU voor die banden met minder zelfinductie van de transformator. Alle genoemde nadelen hebben zich bij mij nog niet voorgedaan.

Een praktische vuistregel:

10 – 160 m: 3 µH

10 – 30  m: ≤ 3 µH

30 – 160 m: ≥ 3 µH

Een vuistregel voor de benodigde zelfinductie ziet u in de tabel. Het aantal windingen is eigenlijk een compromis van koppeling, zo weinig mogelijk zelfinductie en voldoende isolatie voor een hoge spanning. De draden gelijkmatig over de kern verdelen Omdat er hoge spanningen kunnen voorkomen tussen de primaire en secundaire wikkeling is een zeer goede isolatie (b.v. teflon) belangrijk. Als het draad niet geïsoleerd is, zorgen dat zij niet tegen elkaar komen te liggen. Men kan van koperloze printplaat twee schijven (fig») maken om de draden van de ringkern te isoleren.

 

 

Als van een RG58 coaxkabel de buitenisolatie en afscherming verwijderd worden, houdt u een geschikt draad over.

 

SYMMETRIE, SWR EN ONBALANS

Bij deze tuner is het gewenst om altijd af te regelen tot een zo laag mogelijke SWR. Bij voorkeur precies SWR = 1 want dan is de balans of symmetrie optimaal. Als uw antennesysteem niet goed symmetrisch is, zult u dat door een slordige afstemming beter kunnen vaststellen dan met andere soorten antenne tuners. Bij veel symmetrische tuners worden ongelijke stromen in de voedingslijn grotendeels gemaskeerd door een balun met aardcontact aan de in of uitgang. Men denkt dat de voedingslijn symmetrisch is, maar het balanceren wordt ten opzichte van "aarde" of chassis afgedwongen door de (midden)aftakking en constructie van deze bifilaire en trifilaire baluns.

Verder is mijn ervaring dat onbalans in een ATU komt door de constructie van de componenten, de manier waarop zij onderling met elkaar verbonden zijn en hun positie in een metalen kast. Een luchtcondensator is opgebouwd uit een frame waarin vaste en beweegbare platen zijn bevestigd. Deze constructie is onsymmetrisch ten opzichte van het chassis of een systeem aarde. Ook een spoel of rolspoel met een aantal kortgesloten windingen hebben die nadelige eigenschappen. Om de asymmetrie van de gebruikte onderdelen in een metalen kast te minimaliseren, moeten zij op ten minste 5 cm afstand van alle metalen delen gemonteerd worden.

Als u merkt dat er toch ongelijke stromen zijn (onbalans is), verwissel dan de aansluitingen aan de ingang en/of de verbindingen met de condensator.

Deze verstorende elementen kunnen meestal gecompenseerd worden. Om dat vast te stellen moet u er wel zeker van zijn dat de stromen in uw voedingslijn gelijk aan elkaar zijn. Is dat bevestigd en u merkt dat er toch ongelijke stromen zijn, verwissel dan de aansluitingen aan de ingang en/of de verbindingen met de condensator. U kunt hetzelfde doen met de aansluiting van de rolspoel. Experimenteer voor de beste symmetrie van uw S-Match. Als er daarna nog een onbalans vastgesteld wordt, is dat meer het gevolg van onregelmatigheden van het aangekoppelde antennesysteem dan van de tuner zelf.

Merk op dat de transformator deel uitmaakt van het afstemsysteem. Daarom mag het beslist geen stroomtrafo of mantelsmoorspoel zijn. Gebruik geschikt materiaal voor de ringkern. Zoals eerder vermeld had ik de beste resultaten met rode poederijzer ringkernen van Amidon/Micrometals.

TESTEN SYMMETRIE

Op sommige websites wordt geschreven dat de S-Match qua balanceren niet goed is en daarom afvalt bij een vergelijkende test. Lees in Is uw ATU-systeem symmetrisch hoe het mogelijk is dat een auteur zich kan vergissen omdat hij denkt dat zijn als referentie gebruikte symmetrische antennetuner perfect is.

 

U kunt zelf nagaan of uw voedingslijn met antenne in balans is door de stroom in beide geleiders met elkaar te vergelijken. Een S-Match is vergelijkbaar met een ATU van figuur b want in en uitgang zijn galvanisch van elkaar gescheiden. Gebruik de S-Match als asymmetrische tuner en meet volgens figuur c en d beurtelings de stroom in beide geleiders van de openlijn. Als "aarde" neemt het metaal van uw CV systeem of een draad op de grond in de tuin of balkon. Overigens is het gewenst om altijd de kast van de tuner aan iets met veel metaal (b.v. CV) te aarden.

 

LET OP

Door mijn foto's met in elkaar gedraaide draden om de geleider te vergroten, werden sommige nabouwers op het verkeerde been gezet. De windingen van de primaire en secundaire spoelen, op de foto (fig») de lichtblauwe en blauwe draad, moeten naast elkaar liggen en mogen niet getwist worden. Als men dat wel doet wordt de kern warm omdat de stromen in de primaire en secundaire spoel niet gelijk zijn en het geheel deel uitmaakt van een afgestemde kring.

CONDENSATOR

Het afstembereik wordt mede bepaald door minimum en maximum capaciteit van een variabele condensator. Soms is een minimum capaciteit van een grote condensator nog teveel en dan zijn een kleinere maximum capaciteit of vacuüm condensator de enige mogelijkheid. Met een W3DZZ of 2 × ± 17.5 m dipool met ongeveer 10 m open lijn kan hier, met een gewone platencondensator (20–200 pF) en een rolspoel (22 µH), op alle HF banden op SWR = 1 afgeregeld worden. Met andere antennes kwam het voor dat op 10 m band, de uitgedraaide 200 pF condensator nog te veel eigen capaciteit had. Met weer een andere antenne bleek dat op 160 m de capaciteit te weinig was. Vooral in het 1.8 MHz gebied zal bij het aanpassen van een lage impedantie veel bij te korte antennes meer capaciteit nodig zijn. Over het algemeen heeft men genoeg aan 470 pF. Wil men echter een ATU die vrijwel elke situatie aan kan, dan moet men rekenen op een beschikbare capaciteit van maximaal 1000–2200 pF. Heeft u een antennesysteem dat goed bevalt en niet meer gewijzigd wordt, probeer dan eerst of het zonder die grote capaciteiten lukt.

 

Mijn grootste S-Match (foto) werd gemaakt met een 50 µH rolspoel en een 12 - 1200 pF vacuüm condensator van USSR makelij. Voor de dikke as werd van een van een glasvezelstaaf een koppeling gemaakt (fig») naar de overbrenging van de afstemknop. Het voordeel van zo'n vacuüm type is een hoge werkspanning, kleine minimum capaciteit en groot bereik. Met deze componenten was het hier mogelijk om op alle banden vier verschillende antennesystemen af te stemmen. Dat lukte ook met antennes bij twee andere amateurs. Verder kon een 160 m loopantenne van een kennis nog net met 1200 pF in resonantie gebracht worden.

Om toekomstige extreme impedanties aan te kunnen passen zal in een later stadium nog een schakelaar ingebouwd worden om 1200 pF bij te schakelen. Een T200A-2 ringkern werd gemonteerd met twee schijven van glasvezel printplaat en dat ziet u in het midden tussen rolspoel en condensator.

De rolspoel was te lang voor de kast en werd daarom in de breedte geplaatst gekoppeld aan een haakse tandwiel overbrenging. Het resultaat is dat alles dicht bij elkaar ligt en de onderlinge verbindingen kort zijn. Dat zorgt voor een minimum zelfinductie van de bedrading en is gunstig voor de werking op de 10 m en 12 m banden. Voor (fig») de linkse knop van de rolspoel werd met de hand van een dikke aluminium plaat een hendel gemaakt en met een sterke twee componenten lijm op de meerslagen knop gelijmd. De open ruimte links achter de frontplaat was bestemd voor twee meters, schakelaar en een interne 50 dummy-load. Omdat alles goed werkte werd zoals wel vaker voorkomt, het inbouwen en de afwerking van de frontplaat op de lange baan geschoven.

TWEE OF DRIEVOUDIGE CONDENSATOR

Er zijn collega zendamateurs die het maar niets vinden dat het systeem geen symmetrisch punt ten opzichte van aarde of massa heeft. Dat kan volgens het schema («fig) gerealiseerd worden met een tweevoudige variabele condensator. Door de middenaftakking van de condensator te aarden, wordt een balans van het systeem ten opzichte van het chassis afgedwongen. Het nadeel is dat de afstemcapaciteit 2 × zo klein wordt. Wel is voordelig dat men een condensator met een kleinere afstand tussen de platen kan gebruiken en het isoleren ten opzichte van het chassis niet nodig is. De types (2 × 470 pF) uit AM radio's van de vorige eeuw zijn daarvoor uitermate geschikt en met veel antennesystemen kunnen zij gemakkelijk 400 W zendvermogen aan.

Nog een keer testen met alles op zijn plaats.

Klaar!

 Een "tijdelijke" belettering werd gemaakt met een DYMO Letra Tag (fig») label printer. Een pover resultaat gezien de prijs van de tapecassettes. Heeft iemand ervaring met een Brother labelprinter en is dat beter?

 

Heeft men een viervoudig type afstemcondensator (toch nog op een vlooienmarkt gevonden), dan is het inschakelen van extra capaciteit meestal niet nodig als de secties twee aan twee parallel gezet worden. De balun in het voltooide model was gemaakt met vrij stug en met teflon geïsoleerd draad. Dat blijft niet zo goed op zijn plaats zitten en daarom werden de aderparen met kabelbinders gefixeerd. Met deze S-Match kan mijn W3DZZ of 2 × 17 m dipool met ongeveer 10 m openlijn, op alle negen HF banden afgestemd worden. Met 700 W zendvermogen wordt alleen de draad warm maar de ringkern niet. Het opwarmen van de ringkern is dus niet het gevolg van het gebruik van verkeerd kernmateriaal.

GEEN ROLSPOEL, MAAR SPOEL MET TAPS OF VARIOMETER

SPOEL MET TAPS

Met een rolspoel is een twee knoppen afstemming mogelijk. In deze toepassing zal een zelfinductie van 25 µH voor de meeste antennesystemen genoeg zijn. Er zijn amateurs die tegen rolspoelen zijn. Men beseft niet dat een spoel met veel aftakkingen en schakelaar samen vaak meer eigen capaciteit en toegevoegde zelfinductie hebben dan een goede rolspoel.

 

Een eenvoudige S-Match voor bij voorbeeld vakantie en geschikt voor ten minste 100 W, kan men maken door op een T200-2 ringkern een spoel met 22 aftakkingen aan te brengen die bediend worden door een 2 × 11 standen schakelaar of men maakt twee spoelen met twee schakelaars.

In het hiernaast afgebeelde model werd een 22 standen schakelaar ingezet met 1–9 taps na 2 windingen en 10–22 taps om de 3 windingen. Daarmee werd bij het afstemmen op alle negen amateur banden een SWR< 1.5 bereikt, meestal was het SWR = 1–1.2. Beter is om de eerste 3 taps om de winding aan te brengen. Heeft men thuis een permanent antennesysteem, dan hoeft men alleen de meest gunstige taps voor elke band uit te zoeken.

 

Zo heeft men minder aftakkingen nodig en gaat het ook met een 11 standen schakelaar. Afhankelijk van het antennesysteem zal het met 2 × 470 pF niet altijd lukken om op 80 en 160 m resonantie te vinden. Daarom is het aan te bevelen om ook nog extra capaciteit in te kunnen schakelen. Bij mijn huidige antenne hoeft dat niet. Het kan ook zonder schakelaar, maar met (fig») een krokodillenklem. Zelf ben ik daar niet zo'n voorstander van, want mijn ervaring is dat het contact vaak minder goed is zodat de klem gloeiend heet kan worden.

Als u geen rolspoel heeft maar een spoel met taps, dan is het als de aftakkingen niet na elke winding aangebracht zijn, niet altijd mogelijk om een SWR = 1 te verkrijgen. Dan kunt u een eventueel tweede variabele condensator (fig») in serie met de primaire spoel van de balun aanbrengen. Een 470 pF type van een ouderwetse ontvanger voldoet goed. Door de extra condensator neemt het rendement van de tuner iets af. Dat is in de praktijk niet echt te merken, maar bij een vergelijkende test (zie verder Rendement) was er minder antennestroom in vergelijking tot een systeem met rolspoel. 

 

 

Een rolspoel kan grotendeels nagebootst worden door een spoel (foto) met 12 windingen, 11 taps en een 11 standen schakelaar. De foto dient slechts als voorbeeld want daar werden de aftakkingen na 2 of 3 windingen gemaakt. De diameter van de spoelvorm kan men zelf kiezen, maar een gunstig formaat voor een QRP tuner heeft men met 25 mm witte of 32 mm grijze PVC pijp.

 

 

VARIOMETER

 

Vooral in ons buurland Duitsland zijn kennelijk veel variometers in omloop en daarmee worden dan ook S-Match ATU's gemaakt. Het systeem bestaat uit een draaibare spoel binnen een vaste spoel. Een maximum zelfinductie is de som van beide zelfinducties en de minimum bereikbare waarde is het verschil van beide. Het een en ander is afhankelijk van de stand van de spoelen ten opzichte van elkaar. Bij sommige types (fig») wordt na een draaiing van 180° zelfs de beide spoelen parallel geschakeld. Het nadeel van deze regelspoelen is dat een minimum zelfinductie vaak te groot is voor het hoogste deel van de HF banden. Op diverse forums wordt dan ook gemeld dat de S-Match geen aanpassing kan vinden op bij voorbeeld de 10 m band. Een oplossing is het aanbrengen van een inschakelbare spoel met een kleine zelfinductie zodat de effectieve zelfinductie verminderd wordt. Zie in de schema's een aantal mogelijkheden. Hoe groot of eigenlijk hoe klein de extra spoel moet zijn, dient u experimenteel uit te zoeken voor uw specifieke antennesysteem. Jammer genoeg is het dan geen twee knoppen antenne tuner systeem meer.

AFSTEMBEREIK VERGROTEN

Het afstembereik van een S-Match kan vergroot worden door het toevoegen van een inschakelbare vaste condensator van 100 – 220 pF. Dat kan bij voorbeeld nodig zijn als de aan te passen impedantie kleiner is dan is dan 50 ? of als uw variabele condensator een (te) kleine capaciteit heeft. Het is ook mogelijk dat bij een bepaald antennesysteem uw rolspoel te weinig zelfinductie heeft. Dan kunt u een extra spoel in serie schakelen (zie hierboven) om het bereik vergroten, maar dat kan ook gedaan worden door («fig) een condensator parallel aan de spoel te schakelen. De laatste methode vermindert het rendement in lichte mate, maar een condenstor neemt minder plaats in en vaak kies ik zelf voor deze uitbreiding.

 

TWEE UITGANGEN

Hier ziet u dat de open lijn op twee manieren aan de tuner gekoppeld kan worden: over de L of over de C. Met enige fantasie kan men een hoog of laagdoorlaat filter herkennen. Beide systemen hebben voor en nadelen. Probeer gewoon welke aansluiting de meeste antennestroom bij u geeft. Omdat in en uitgang galvanisch gescheiden zijn kunnen coaxiale voedingslijnen of eindgevoede antennes aangepast worden door één van de uitgangen aan aarde te leggen. Zo begint het aardig op een universele tuner te lijken.

HERHAALDE TESTEN

Deze configuraties werden opnieuw getest.

Een paar jaar later werden alle mogelijkheden opnieuw onder de loep genomen om te onderzoeken of het nog anders of beter kon. Verder waren de destijds gemaakte notities van het ontwerpen en beproeven nogal slordig op diverse papiertjes neergekrabbeld. Het was niet goed meer na te gaan wat nu eigenlijk het optimale circuit was. Des te meer redenen om alles nog eens grondig te herhalen.

Om het laatste gebouwde apparaat niet aan te tasten, werden de hieronder afgebeelde componenten voor de hernieuwde proeven gebruikt. Qua rendement was er bij de vier configuraties hoegenaamd geen verschil vast te stellen. Daarom werd naar een zo goed mogelijke symmetrie gekeken en dan bleek figuur 2 de beste eigenschappen te hebben van 1.80 – 10.150 MHz en figuur 3 van 14 – 30 MHz. Een goede verklaring daarvoor is vooralsnog niet gevonden. Zoals eerder betoogd werd, is de voorwaarde voor een goede balans dat afgeregeld wordt op SWR = 1 tussen zender en antenne tuner. Bij figuur 2 heeft men iets meer zelfinductie nodig dan met de antenne parallel over de condensator (fig 3). Dat is vooral in het gebied van 14 – 30 MHz beter omdat meer windingen van de rolspoel nodig zijn. Zie ook het commentaar van een Duitse collega zendamateur over het 10 m bereik later in dit artikel.

De vier mogelijkheden fig. 1– 4 werden hiermee opnieuw getest.

Testen van schema fig. 5. Dit type condensator uit oudere ontvangers is geschikt voor 400 W. Het getoonde exemplaar gaf zelfs geen krimp met 700 W op 40 en 80 m.

RENDEMENT

 

Als een S-Match mechanisch en elektrisch goed opgebouwd wordt, behoort het tot het aanpassysteem met het hoogste rendement zoals de andere tuners in de nevenstaande tabel.

T-MATCH VERANDEREN

Hoewel met een LC kring er meer rendement te bereiken is, komt een T-match het meest in de shack voor. Dat systeem is niet ideaal, hoge en zeer lage impedantie kunnen weliswaar aangepast worden, maar het rendement van de tuner is niet geweldig omdat beide condensatoren van meestal 220 pF eigenlijk te weinig capaciteit hebben. Te veel energie in de vorm van warmte blijft in het systeem achter. Daarom loont het de moeite om dat systeem om te bouwen tot een S-Match.

De variabele condensatoren mogen geen contact maken met kast of chassis. Een geïsoleerde koppeling van de as of een kunststof afstemknop met voldoende HF isolerende eigenschappen is noodzakelijk. In de meeste T-match tuners is zo'n voorziening aanwezig. Beide condensatoren worden parallel (fig b) geschakeld of één variabele condensator wordt verwijderd. Het vrijkomende gat in de frontplaat is dan beschikbaar voor een schakelaar waarmee men extra capaciteit kan bij schakelen.

Tenslotte kan de overtollige condensator ook gebruikt worden in de primaire spoel (fig c). Omdat de variabele condensatoren in veel T-match ATU's slechts 220 pF zijn, wordt het bereik beperkt van 10 t/m 80 m. U heeft allerlei mogelijkheden om te experimenten en van de (gekochte) tuner blijft het uiterlijk ongewijzigd.

  

MFJ-989D Versa V tuner omgebopuwd naar een S-Match. De modificatie bleek succesvol te zijn, zie het artikel.

ANDERE TOEPASSINGEN (NOG NIET GETEST!)

Er werd mij regelmatig gevraagd of het systeem ook toegepast kan worden als tankkring voor een HF versterker. Dat is ook mogelijk, maar vanwege tijdgebrek werd hier nog onvoldoende (met groot vermogen) geëxperimenteerd om daar volledig achter te staan. Dat hoeft u niet ervan te weerhouden om het zelf uit te proberen.

Een ander idee is als afstemeenheid voor magnetische loops.

EIGEN ZELFBOUW

Er werden diverse bouwsels op plankjes gemaakt om het ontwerp uitgebreid te testen. Uiteindelijk zijn de hieronder afgebeelde tuners in elkaar gezet om daadwerkelijk in de shack dienst te doen. Omdat hier meestal met 100 W of minder gewerkt wordt, is het zwarte kastje de "dagelijkse" tuner geworden.

Een "gewichtig" ontwerp van ruim 8 kg door de zware rolspoel en vacuüm condensator.

De derde variant, laat u niet ontmoedigen door het viervoudige model want met een tweevoudige afstemcondensator gaat het ook.

Alles gereinigd, opgeknapt en opgebouwd met componenten en kast die al jaren in de junkbox lagen.

Met dit («fig) systeem kan een 2 × 17 m dipool en een W3DZZ antenne op alle 9 HF banden afgeregeld worden met een SWR = 1. Beide dipolen werden gevoed met ongeveer 10 m openlijn.

Ongetwijfeld zal het aanpassen van de bekende G5RV antenne ook wel lukken.

ZELFBOUW DOOR ANDEREN

Als aanmoediging om ook iets zelf te maken volgen hier in alfabetische en numerieke volgorde voorbeelden van door anderen gemaakte S-Match apparaten. Er zitten qua uiterlijk juweeltjes bij, maar laat u daardoor niet afschrikken want niet iedereen is handig of heeft geschikte spullen om zelfs de condenstoren en rolspoelen zelf te maken. Mijn eigenbouwsels zien er soms ook niet uit. Het belangrijkste is dat het stevig en goed in elkaar zit en ook nog werkt.

PAØLL

 

 

Het eerste exemplaar van PAØLL's S-Match (voor op vakantie).

Kees, PAØLL die bekend is om zijn prachtig gebouwde LL-tuners, stuurde mij foto's van zijn eerste S-Match produkt. Er was veel vraag naar een klein type antennetuner dat gemakkelijk te hanteren is tijdens een vakantie. Daarom besloot hij iets compacts te maken. Het uiteindelijke product wordt gebouwd met componenten die speciaal voor de tuner gemaakt worden. Het hij noemt de "baby": "LL S-match". De antenne tuner is geschikt voor 200 W en de variabele condensator met een gekoppelde vertraging van 1 : 6 heeft een capaciteit van 11 - 470 pF. Parallel eraan kan met een optelschakelaar aan de voorkant 5 × 470 pF geschakeld worden om ook op 160 m met een lage impedantie van het antennesysteem te kunnen werken. De rolspoel is gemaakt met 1,5 mm Ø verzilverd draad en is maximum 34 µH. De balun is door Amidon ook voor dit project ontwikkeld waardoor slechts 3 windingen per balunhelft nodig zijn. Een korte test met de tuner wees uit dat met 500 Watt gedurende ca. 1 minuut er pas warmte in de rolspoel ontwikkeld wordt. De tuner zal geleverd worden in een speciale doos, waarin ook een antenne zit.

Ik verwacht dat al zijn tuners uiteindelijk een "collector item" zullen worden!

PAØMJM

 

Ik wil je mijn goede ervaringen met de S-Match niet onthouden, want het werkt fantastisch! De files zijn o.a. een foto van mijn versie van jouw ontwerp en een aantal metingen met miniVNA (www.miniradiosolutions.com). Het betreffen steeds de SWR en verliesmetingen.

Behalve 1,8 MHz zijn het steeds 2 metingen. Eén van 0 – 30 MHz en een ‘detail-meting’. Over alle banden is de antenne onder 1 : 1.5 te tunen. Boven 29 MHz, het FM gedeelte van de 10 m, wil het niet meer.

Gegevens uit de bouw van de S-match: Rolspoel: 72 μH max. C: (nog) onbekend. Bestaat uit 2 in serie geschakelde secties.

Opgemerkt moet worden dat zijn openlijn een zinken dakgoot raakt en dat vermoedelijk de minimum capaciteit van de condensatoren te groot is voor de 10 m band.

PA4NIC

 

PE1ADY

 

 

Piet, PE1ADY had al een paar ATU's met succes nagebouwd. Voor een andere antenne bouwde hij een experimentele S-Match. Hij schreef: "Ik wil je laten weten dat de gebouwde tuner bij mij geweldig goed werkt. Met mijn 2 × 20 meter dipool met 20 m homemade open lijn is dat heel goed gelukt, ik kan van 1.8 tot 29.5 MHz op SWR = 1 afregelen. Het is nog niet klaar want ik ben nog aan het testen. Met een goede wattmeter meet ik niet veel verlies als via een 1 : 4 balun gekoppeld wordt naar een 50 ohm dummyload. Ik ben heel tevreden met deze tuner, net zoals met een Fri-Match die ik eerder gemaakt heb.

 

 

PE1KQP

Nadat PE1KQP het artikel over de S-Match in Electron had gelezen bouwde hij zijn L tuner om. Alle onderdelen zaten al op deze plank samen met een 1 op 4 balun. Hij hoefde alleen de trafo over te wikkelen en de zaak opnieuw te bedraden. Hij schreef: "Opeens had ik een tuner die het wel goed deed met mijn antenne, 2 × 20 m met 20 m symmetrische voedingslijn. Waarschijnlijk is dit een van de eerste nagebouwde S-Match tuners. Er werden later wat aanpassingen gedaan; de condensator vervangen door een type van 12 – 325 pF samen met een schakelaar om 2 × 250 pF bij te schakelen maar steeds is hetzelfde plankje gebruikt.

"Deze tuner is ook veel met antenne experimenten in het veld gebruikt en als de dure kooptuners het lieten afweten, lukte het met de S-Match wel om de zaak af te stemmen zonder je vingers te verbranden (hi!). Kortom een prima tuner".

PE2B

Bart PE2B heeft veel van mijn ontwerpen, onder andere deze antennetuner, met succes nagebouwd en gebruikt. Zoals u uit zijn producten kunt zien, is hij zeer actief een heeft de zelfbouw bij hem gelukkig nog niet afgedaan! Om de nul capaciteit van de variabele condensatoren te verminderen, wordt de tweede sectie naar believen erbij geschakeld. Bij de QRP uitvoering worden vaste capaciteiten parallel aan de varco gezet. Hij maakt een "rolspoel" van een regelweerstand. Zoiets deed ik ook in de zeventiger jaren alleen werd de keramische vorm met draad vervangen door een T200-2 ringkern met draad.

S-Match 1.

S-Match 2

QRP S-Match 1.

QRP S-Match 2

 DC2DC (PH4U)

 

PH4U was een tijdje op vakantie in ZL en bracht daar een station in de lucht met een ongeveer 25 m lang slopertje op 6 m hoogte, aflopend naar 3 m. Hij had in zijn koffer een dikke 4-voudige variabele condensator meegenomen, om daar een S-Match in elkaar te knutselen. Dat was geen enkel probleem, want het werkte uitstekend! Alle banden (10-160 m) goed te tunen, zie foto. Hij schreef: "Na even zitten luisteren en wat hoor ik op 28.905? CQ CQ de ZL2VB..... kip ik heb je, 45 min. QSO met Guido gehad, erg leuk! Afstand Kaitaia naar Palmerston-North schat ik toch op zo'n 1000 Km. M'n TS-570 op 100 Watt kon een S9+30 dB bij Guido produceren!" (PA0FRI: Guido komt ook uit NL).

ZL2ML

ZL2ML (ex NL) schreef het volgende:

Eerst had ik een LDG automatische tuner, maar dat paste niet goed aan. Daarna bouwde ik een gebalanceerde antennetuner met twee rolspoelen volgens 'A balanced antenna tuner', een artikel van AG6K. Dat werkte veel beter, maar de bediening van de twee gekoppelde rolspoelen ging niet zonder inspanning. Bovendien was het een L-C ontwerp dat voor een impedantie van 37.5 - 75 Ohm grote capaciteit van de condensator of veel zelfinductie van de rolspoelen vergde, zodat meermaals het aanpassen niet goed lukte. Dat is voornamelijk de oorzaak waarom automatische ATU's zoals een LDG niet lager kunnen regelen dan SWR = 1.5.

Met de eigenbouw tuner (fig») was het gemakkelijk om de S-Match te testen en daarna bouwde ik het definitief om. Daarbij werden een Johnson 229-203 rolspoel van 20 µH/5 A gebruikt samen met een 2 × 300 pF/1 kV variabele condensator. Om het bereik voor 80 m te vergroten was het nodig om 2 × 180 pF/2 kV Vitramon condensatoren parallel te schakelen hetgeen verderop op één van de foto's te zien is.

Voor de ringkern («fig) werd een T184-2 type gekozen omdat er dan minder windingen nodig zijn voor de opgegeven 3 µH, ook de parasitaire capaciteit is dan kleiner. Primair werden het 11 en secundair 2 × 5 windingen omdat de laatste dan gelijkmatig tussen de primaire windingen passen. Als aan de primaire kant ook 10 windingen aangelegd worden, past één secundaire winding niet goed tussen twee primaire windingen. Als draad werd #16 Thermaleze voor 2kV gebruikt dat bovendien met Teflon kous werd overtrokken. Van minder belang, maar toch leuk om te weten, is dat de belastbaarheid 25% hoger ligt dan met een T200-2.

De bodemplaat van de kast is met 10 mm Plexiglas gemaakt, maar gebruik geen zwarte kleur zoals ik eerst deed, want elk stofje of streepje er op zie je. De voorkant is van Plexiglas dat voorzien is van een aluminium bovenlaag. In de walnoten omhulling werden groeven gefreesd zodat het geheel over het "hoekchassis" geschoven kan worden. Dat maakt het in en uit elkaar halen voor onderhoud, zoals het smeren van contacten, eenvoudiger. 

Met dank aan PAØFRI voor zijn ontwerp heb ik nu alle andere tuners weggedaan, want dit is een blijvertje!

COMMENTAAR

 

http://www.pa3egh.nl/zelfbouwprojecten.html

Door velen in binnen en buitenland werd dit ontwerp nagebouwd. Zij werken er succesvol mee en foto's van hun apparaten staan op internet. Tot nu toe kreeg ik van hen via e-mail of radio allemaal enthousiaste reacties over hun eigenbouw product. Een greep uit de berichten:

DJ9XG:

Ich habe wieder einmal etwas von deiner ufb homepage nachgebaut, eine S-Match ATU. Ich habe hier 3 verschiedenen ATU's und diese auch alle 3 getestet.
1. Drake MN2700 mit externem 1:4 Balun
2. Parallelkreis Koppler ähnlich Johnson oder Annecke
3. S-Match nach PA0FRI

Als Antenne verwende ich hier eine 2 × 20 m Dipol symmetrisch mit 240 Ohm Schlauchkabel (Antennenkabel für UHF-Fernsehantennen aus den 70er Jahren) gespeist. Antenne hängt zwischen 15 m und 9 m über Grund.

Mit allen 3 Antennen erreiche ich von 160-10 m 1:1 SWR... die Ergebnisse vieler Tests sind folgende Reihenfolge:

1. S-Match auf allen Bändern Nummer 1
2. Parallkreis nach Annecke Nummer 2
3. Drake Tuner Nummer 3

Du siehst dein S-Match ist der beste ATU, hinzu kommt noch die komfortable Bedienung. Ich habe den hier mit einer riesigen kommerziellen Rollspule 14 µH und einem 20-200 pF Sendedrehko aufgebaut. Als Ringkern verwende ich im Moment noch 1 Amidon T200-2, werde den aber gegen eine 2 Ringkernlösung mit 2 × T200-2 ersetzen, da der eine Kern bei 1 kW Output doch etwas warm wird.

Nun zu meinen Beobachtungen mit der S-Match. Bei 160 m benötige ich nur ca 7 µH der Rollspule und ca 400 pF für den Drehkondensator (ich hatte eigentlich damit gerechnet dass die Rollspule zu wenig Induktivität auf 160 m hat). Bei den höheren Bändern wird das L natürlich noch kleiner (auf 10 m habe ich noch 1 Windung der Rollspule). Trotz dieser sehr kleinen Werte ist die S-Match immer noch die beste auf allen (!) KW-Bändern.

DC1DV:

 

Zunächst einmal möchte ich mich ganz herzlich für Ihre Veröffentlichung zum S-Match im Internet bedanken. Der S-Match Koppler hat sich zum effizientesten Bastelprojekt seit langem bei mir heraus gestellt. Warum? Nachdem sich mittlerweile bei mir die verschiedenen Koppler, ähnlich wie bei Ihnen stapeln, sollte man meinen es sei endlich genug. Nichts dergleichen!

 

Bei einem Test, neulich mit Peter, DC0DX, auf dem 160m Band, hatte ich mehr aus Spaß meinen S-Match Probeaufbau (fig») angeschlossen, den ich schon für ein anderes Projekt auseinander reißen wollte. Donnerwetter, das Rauschen war von fast S7 auf um S2 gesunken, aber Peters Feldstärke blieb mit um die S9 erhalten. Ich traute meinen Augen kaum. Darüber hinaus bekam ich vom Peter noch einen deutlichen Lautstärkezuwachs bescheinigt. Dieser ließ sich leider nicht näher spezifizieren („Mit Brille wär´ das nicht passiert…") Schnell also den Antennen-Umschalter her und dann verglichen. Kein Koppler brachte so tolle Werte.

So sehr ich mich über den Erfolg freute, um so weniger konnte ich mir auf das so extrem positive Verhalten einen Vers machen. Leider bis heute nicht. Nun stellte ich mir allerdings die Frage, ob der S-Mach Koppler nur an meiner V-Antenne (2 × 15 m, ca. 40° Öffnungswinkel) so ein gutes Verhalten zeigte. Nirgendwo hatte ich von solchen schier unglaublich tollen Werten gehört oder gelesen. Also ab in Dieters Garten (DB3DK) und den neuen dicken HP Vergleichskoppler und den S-Match aufgebaut. 2 × 20 m Antenne. Welche Überraschung: Beide lagen im Empfang absolut gleich!

 

Abgesehen von der Wirkung an meiner Antenne, zeichnet sich der Koppler durch seine absolute Einfachheit aus. Der jetzt von mir aufgebaute kleine Koppler beinhaltet neben dem Ringkern einen Drehko (439 pF) von lediglich 1.5 mm Plattenabstand und eine relativ kleine Rollspule (28 µH) a la Annecke. Im abgestimmten Zustand sind 100 W HF absolut kein Problem. Die zusätzlich schaltbaren Kondensatoren werden an einer 2 × 20m langen Antenne nicht benötigt, bei mir zuhause allerdings doch. Im 80 m Band brauche ich 1100 pF, wenig L und auf 160 m reicht der Drehko neben 21 µH der Rollspule. Es funktionieren übrigens alle Bänder von 160 bis 10 m einwandfrei.

Bleibt noch zu erwähnen, das manchmal die Antenne an den Drehko gelegte werden muss und manchmal an die Rollspule. Meist ist der Ausgang an der Rollspule zu nutzen.

Das Abstimmverhalten ist am Drehko spitz wie eine Nadel und an der Rollspule butterweich. Also bewege ich zunächst den Drehko in die richtige Richtung und dippe dann mit der Rollspule nach. Das Finden der ersten Resonanz ist allerdings leicht schwieriger als beim HP Koppler, aber dennoch gut zu meistern.

DC4JG:

 

DC4JG's S-Match gebouwd met een 8 – 45 µH variometer en T225A-2 ringkern.

Ich habe auf deiner Internetseite die Beschreibung zum S-Match-Koppler gelesen und den Koppler sofort nachgebaut. Der Drehko ist ein Schmetterlings-Drehko 20 bis 200 pf und das L ist ein Kugelvariometer mit 8 bis 45 µH. Der Übertrager ist ein T225A-2. Der S-Match funktioniert prima. Ich habe viele Koppler probiert siehe www.dc4jg.de aber keiner ging so unproblematisch wie der S-Match. Ich überstreiche mit dem kleinen Drehko und dem Kugelvariometer alle Bänder 160 bis 20 m, der Rest ist nicht probiert. Aber alles in allem, ein guter Koppler. Der Koppler ist auch an der Feederleitung sehr gut symetrisch. Hier haben schon 3 bis 4 OM´s diesen Koppler mit Erfolg gebaut.

Hij meldde ook nog dat hij werkt met een 2 × 19 m dipool en 13 m openlijn met 8 cm spreiders. Op 160 m is de antenne te kort waardoor de impedantie voor de tuner erg laag is. Met 350 à 400 W ontstaat over de variabele condensator zo'n hoge spanning, dat er zelfs vonkoverslag plaats vindt met 4 mm plaatafstand! Hij vroeg of dat verschijnsel bij mij bekend was.

Mijn antwoord was dat het bij mij onder vrijwel dezelfde omstandigheden ook voor kwam. Mijn antenne was een met ongeveer 10 m openlijn gevoede W3DZZ en de spreiders waren 8.5 cm. Als op 160 gewerkt werd met 400 W moest ik nauwkeurig op SWR = 1 afregelen. Deed ik dat niet, dan vond er ook overslag plaats in de variabele (lucht) condensator. Daarom werd later een S-Match met een vacuüm condensator gebouwd, maar dat was in mijn situatie eigenlijk alleen nodig voor de 160 m band. Meestal wordt hier het kleinere model (fig») voor alle banden gebruikt.

DL1FDL:

Your design is very interesting, because it is very easy to build (e.g. for HF beginners), saving expensive radio parts and it is small in dimensions (e.g. for portable ham activities). In my case I have used a 34 µH/3 A coil, a 220 pF/2 kV capacitor and a toroid T200-2, enough for more than 100 W power. I am using your S-March concept (fig») now together with my 2 × 12.5m portable dipole and a 13 m feeder line in the field. It's coupling the antenna in good balance from 80 m to 10 m band in a perfect SWR. It fits perfect the little size of my TS 50.

DL4YEH

 

 

 

 

 

 

Hier mal ein Bild von meiner SMatch ein Super Sym.Koppler, klappt an meinem Dipol mit Hühnerleiter wunderbar. Im vergleich zu Annecke oder MFJ 974HB besser zu bedienen RX/TX seitig kein Unterschied festzustellen.

 

 

 

 

 

DL5GBL:

Ich habe eben provisorisch Ihren S-Match mit alten Teilen aus der Bastelkiste auf Brett zusammengeloppt und getestet. Bauzeit: Gerademal eine halbe Stunde (inklusive dem Wickeln der 2 Trafos (T184: 2 × 8 Windungen 1.5 Schaltdraht für 3µH). Fazit: Alles problemlos!!!- Ich bin restlos begeistert und werde mir ein paar reguläre Geräte davon bauen.

 

 

 

Ook DJ8CL maakte een S-Match om ermee te experimenteren. Hij schreef dat de ATU het van 20 – 160 m perfect deed met zijn 2 × 10 m dipool gevoed met 26 m openlijn. De zelfinductie van de ringkernen met 10 bifilaire windingen was kennelijk te groot voor de hogere banden. Het experiment is nog niet af want hij had verzuimd om de tuner ook de testen met de openlijn op de spoel in plaats van op de condensator.

  

 

 

 

DO2KH:

 

Auch dies wäre eine Variante die man nicht ausser acht lassen sollte. Betreibe seit mehr als einen Monat diesen symmetrischen Koppler. Mitlerweile habe ich den Testaufbau ordentlich in ein Plexiglasgehäuse eingebaut. Ich fügte einen SWR/ Power Messkopf im Eingang hinzu, sowie Ausgangsseitig einen Messkopf um die Spannung am Übergang zur H-Leiter Messen zu können. Er passt von 160-10 m an. Da ich wissen wollte, ob es einen grossen Unterschied zwischen einem symmetrischen Koppler, Schaltung Palstar, oder nach PA0FRI gibt, baute ich mit zwei Russenspulen und einem Drehko diesen nach, Ergebnis; meine Gegenstationen konnten keinen Unterschied Feststellen. (Test: wie immer über mehrere Tage, 160, 80, 15 und 10 m, 2 × 15.60 m (ehemalige G5RV) und 26 m H-Leiter da ich bis zum Shack kommen müsste).

Den leicht und kostengünstige herzustellenden symmetrische Koppler nach PA0FRI kann ich empfehlen, ich konnte keine Unsymmetrie, Phasenverschiebung messen. (Messender, Koppler, jeweils verschiedene Abschluss R´s der anzunehmenden impedanz an der H-Leiter und zwei identische Tastköpfe an ein HP Oszi) Beide Koppler verhielten sich nahezu gleich.

Der Vorteil beim S-Match ist die Grösse und der geringe Kostenfaktor der Bauteile, man kann ihn auf kleinsten Raum aufbauen, eine Rollspule ist nicht unbedingt erforderlich, Spule mit Anzapfungen und einem min. 12 Stufigen Schalter reicht auch.

Wie o. g. reicht ein einfacher Doppeldrehko mit 2 × 500 pF. Für 160 m sollten dem Drehko min. 100-330 pF paralell hinzugeschaltet werden. Ein Aufbau mit zwei T200 Kerne («fig) ist auch nicht erforderlich, ich konnte keinen Unterschied messen bei der Variante mit einem Kern, wiederum ein Bauteil weniger.

 

DO7DE

 

Ich habe mir auch denn S-Match mit einem Split-Drehko 2 × 220/1.5 kV, einer RollSpule 15.5µH (1.5 Silberdraht), sowie 2 × T200-2 Rinkerne nachgebaut. Der S-Match macht seine Arbeit von 10 m bis 160 m hervorragend an einem Symetrischen Dipol! Werde dem S-Mach aber noch ein Kreuzzeiger-Stehwellen-Messgerät hinzufügen in das Gehäuse. Ich bin super begeistert und kann ihn nur weiter Empfehlen.

NL2LK

 

KERNLOZE BALUN

 

Er werd door iemand gevraagd of de ringkern balun ook vervangen kon worden door een luchtgewonden type. Dat gaat ook, maar de proeven daarmee heb ik in beperkte mate gedaan en de gemaakte aantekeningen zijn niet meer aanwezig. De bifilaire spoelen waren gewikkeld met goed geïsoleerd draad op een 1 inch kunststof (installatie) pijp. Om strooivelden te beperken en alles compact te houden, werden de proeven verder voortgezet met ringkern overdragers.